Het leven heeft van die periodes waarin alles tegelijk lijkt te gebeuren — alsof iemand alle puzzelstukjes van je bestaan in één beweging van tafel veegt. En hoe sterk je ook bent, er zijn dagen waarop je ineens voelt: dit is te veel om alleen te dragen.
Juist in die momenten werd ik de afgelopen tijd opnieuw herinnerd aan iets dat ik al wist, maar nu dieper voelde dan ooit: de kracht van samen.
Een appje, een kop thee, een schaterlach
Het is soms zo’n klein gebaar. Een appje dat binnenkomt op precies het juiste moment. Een vriendin die zegt: “Ik kom eraan.” Ook als ze daarvoor eerst 150 kilometer moet rijden. Een kop thee die vanzelf voor mijn neus wordt gezet. Een schaterlach die door mijn muur van zorgen heen breekt.
Het zijn geen grote reddingsacties. Het zijn geen wereldschokkende dingen.
Maar ze houden me overeind.
Het is het soort liefde dat stil is, maar stevig.
Niet opzichtig, wel onverwoestbaar.
Het vangnet dat ik niet altijd gebruikt — maar wel voel.
Wat ik misschien nog het meest koester, is de wetenschap dat ik op elk moment van de dag kan bellen. Niet om dat te dóén, maar om te weten dát het kan.
Dat er mensen zijn die opnemen zonder eerst te vragen hoe laat het is.
Dat er harten zijn waar ik altijd mag binnenvallen.
Dat ik gedragen word, zelfs als ik niet val.
En het bijzondere is: sommige van die mensen wonen kilometers bij me vandaan. Toch voelt het alsof ze naast me staan, omdat steun geen afstand kent.
Op de mooie én verdrietige momenten
Een echt vangnet zie je niet alleen wanneer je wankelt. Het is er ook wanneer je danst. Mijn vriendinnen en mijn zusje vieren de lichtpuntjes met me alsof het hún overwinning is. En ze zitten naast me wanneer het donker is, alsof het hún verdriet is.
Die loyaliteit, die warmte, die vanzelfsprekende liefde — het is iets wat ik nooit vanzelfsprekend zal nemen.
En dan kijk ik naar mijn dochters…
En het mooiste? Ik zie dezelfde eigenschappen in mijn dochters groeien.
In hoe ze naar elkaar omkijken, in hoe ze hun vrienden dragen, in hoe ze empathie tonen zonder dat iemand het hoeft te vragen.
Jasmijn is bijna 18 en Carmen al 16 en elke dag meer zie ik hoe hun harten al zo zijn mooi gevormd. Soms kijk ik naar ze en denk ik: dit is precies de kracht die de wereld nodig heeft.
Warmte die niet schreeuwt, maar straalt.
Liefde die niet vraagt, maar geeft.
Die kracht leeft door in mijn boeken
Het is dan ook niet vreemd dat deze vriendschappen — mijn échte vangnet — doorwerken in de wereld van de vijf bijzondere meiden. De magie in de boeken gaat over spreuken en talenten, maar de échte magie zit in iets veel echter: elkaar vasthouden.
En dat “samen” in mijn verhalen komt recht uit mijn eigen leven. Uit de vrouwen die mij dragen. Uit de dochters die mij inspireren.
Zij zijn de reden dat ik blijf schrijven.
En de reden dat ik blijf geloven dat liefde het meest krachtige talent is dat we hebben.
Vrijdag neem ik je mee verder in het schrijfproces van Victoria, en waarom dit laatste deel me soms dwars door mijn eigen emoties heen leidde.


Geef een reactie